Menu

Liegende dieren

Liegende dieren
Koko, de beroemde gorilla die twee taalspecialisten duizenden symbolen ­hadden geleerd, leefde samen met een kat. Laten we hem Edward noemen. Ze hadden een verblijf met verschillende kamers en sliepen altijd samen in hun gedeelde slaapkamer. ­Koko op een ­Japanse futon en Edward in een kartonnen XL emmer van ­Kentucky Fried ­Chicken.

Op een ochtend kwamen de verzorgers van Koko en Edward de slaapkamer binnen en zagen ze dat de wastafel uit de muur gerukt was en tussen Edward en Koko in lag, terwijl Koko deed alsof ze sliep. De verzorgers keken naar Koko, ze keek terug, en wees dan met haar ­zwarte, donzige vinger naar de kat.
Toen ik dat hoorde, toen ik met ­andere woorden op de hoogte raakte van deze doorzichtige, ontroerende leugen die Koko uithaalde, voelde ik opluchting. Ik wist helemaal niet dat dieren konden liegen, maar was zo verrukt door dit nieuws dat ik sindsdien voorbeelden van liegende dieren spaar. En als je de definitie van liegen een beetje oprekt, blijkt dat heel veel dieren op hun eigen manier liegen.
Vleermuizen kunnen een bepaald ­geluid maken dat suggereert dat ze de vijand zijn, maar niet zichzelf. Meeuwen zie je soms stampend op het gras staan. Ze proberen regenwormen te laten denken dat het regent, zodat die aan de oppervlakte komen. Pauwen liegen dat ze seks hebben, door de geluiden van ­pauwenseks na te doen in de hoop dat het pauwenvrouwtje nieuwsgierig wordt en denkt: ‘wooooww … dat wil ik ook wel meemaken. Bij die pauw zou ik wel ­willen horen!’

Vroeger deed ik iets soortgelijks.

Dat wil zeggen, toen ik op de middelbare school kwam, leek bijna iedereen een rugzak te hebben waar heel veel mensen hun naam op hadden geschreven, zoals op het gips van kinderen die hun arm hebben gebroken. Die rugzak was een bewijs van iets, een soort landkaart van een uitgebreide vriendenkring. Mijn tas was net nieuw en had nog helemaal niks, zelfs geen vlek. Dus toen ik thuiskwam, heb ik meteen verschillende stiften gezocht, en in verschillende handschriften verschillende namen en verschillende hartjes erop getekend. Ik heb een landkaart van vrienden gelogen.
Mijn moeder was woest dat ik mijn nieuwe tas onder had gekliederd en dat het niet eens mooi was wat ik had gedaan.Ik kon niet aan mijn moeder duidelijk maken dat ik zo’n beetje deed wat die pauwen deden: iets nadoen, zodat ik iemand werd over wie anderen zouden denken: amai, bij haar zou ik wel willen horen!
De opluchting over het feit dat dieren liegen, komt, geloof ik, omdat ik daardoor in zekere zin minder schuldig werd aan mijn eigen leugens. Door al die liegende dieren begreep ik dat liegen deel is van de schepping, en zo werd ik ook weer deel van de schepping. Dat gevoel heb ik namelijk vrij zelden. Dat ik deel ben van de schepping. Ik voel wel vaak andere dingen. Lichte irritatie over mijn veters die maar los blijven gaan, ergernis over sokken die een propje worden in de voorkant van mijn schoen, een klein beetje zenuwen als iemand mijn kaartje komt controleren, terwijl ik wel degelijk een kaartje heb, maar deel van de schepping – nee.
Een bioloog aan wie ik vertelde dat ­liegende dieren me geruststellen, vertelde dat bijna alle dieren ook eenzaam kunnen worden. En zelfs depressief.
Hoewel ik dat verdrietige informatie vond, betekende het dat zelfs eenzaamheid deel is van de schepping, terwijl ik altijd dacht dat die dingen elkaars tegendeel waren.

Daardoor denk ik dat het eigenlijk best waarschijnlijk is dat al mijn klas­genoten zelf al die niet-bestaande namen op hun eigen tas hadden gekliederd, zodat ze iemand zouden lijken over wie ­anderen konden denken: amai, die wordt een potje liefgehad!

Link naar de column in dS Weekblad.