Het spijt jou

portret Rebekka De Wit

Het spijt me was vroeger een van mijn lievelingsprogramma’s op de Neder- landse televisie. De redactie bracht op verzoek een bloemetje langs bij mensen tegen wie sorry gezegd moest worden. De presentatrice zei altijd dezelfde zin: ‘Namens Het spijt me willen we je graag een bloemetje aanbieden.’

Er waren mensen die meteen de deur dichtgooiden. Je had mensen die heel erg geraakt waren en de hele cameraploeg op de koffie uitnodigden, maar ook had je mensen die niet wisten van wie dat bloemetje in godsnaam zou komen. Dan moesten ze raden. Soms noemden ze wel tien namen en kwamen ze nog niet bij de spijtbetuiger in kwestie uit.

‘Nee?’

Dat was een wonderlijk fenomeen, en ook treurig, want het betekende dat de bloemetjesgever ergens mee had ge-zeten wat echt he-le-maal niet erg bleek.

Het betekende ook dat er veel meer mensen waren die eigenlijk een brief naar Het spijt me hadden moeten sturen en dat niet gedaan hadden.

De uitzending bestond uit mensen die op televisie gingen uitleggen wat ze verkeerd hadden gedaan, vervolgens werd het bloemetjesmoment getoond, en de finale stap was een eventuele verzoening in de studio. Achter een grote gouden deur zou de ander misschien staan. De presentatrice vroeg altijd eerst of ze dachten dat de ander er stond, waarop de bloemetjesgever zei: ‘Ik hoop het zo.’ Heel traag schoof de deur open en vaak stond er niemand, terwijl alle camera’s op het gezicht van de bloemetjesgever stonden. Die begon meestal te huilen. ‘O … heel jammer. Heel jam-mer.’

Een tijd geleden dacht ik dat het misschien goed zou zijn om een omgekeerde versie van Het spijt me te maken. Ik had het idee om met een groepje vrienden een busje te huren en langs iedereen te gaan die een van ons nog wat uit te leggen heeft. Mensen die ons ooit zonder reden uit een vriendengroepje hebben gezet, die een van ons jarenlang ‘vieze homo’ hebben genoemd, die een afschuwelijke roddel over ons hebben verspreid, onze gymtas hebben verstopt en zelfs een enkele keer geslagen.

We zouden met dat busje langsgaan, iemand van ons zou uitstappen met een pot blauwe verf en zeggen: ‘NamensHet spijt jou gooien we deze blauwe verf over je heen.’ En vervolgens zou er een uitleg komen over wat die persoon ons had aangedaan.

Ik heb getwijfeld om hier namen te noemen, maar zag daarvan af omdat ik dacht: wie de schoen past, trekke hem aan. Maar misschien laten de Black Lives Matter-protesten en het jarenlange gevecht tegen racisme vooral zien dat wie de schoen past, hem doorgaans helemaal niet aantrekt. Er was een versie van deze column waarin wel namen stonden, maar ik geneerde me zo voor het feit dat ik die mensen nog steeds meedraag, dat ik er niet over peins om die hier op te schrijven.

Het busje zou trouwens niet alleen een tour doen langs alle mensen die ons iets hebben aangedaan. We zouden ook langsgaan bij alle mensen die wij een uitleg verschuldigd waren, die mochten dan blauwe verf over ons heen gooien. En het leek me wel wat om een onderscheid te maken tussen diepe spijt, diepere spijt en diepste spijt. Hoe dieper de spijt, des te moeilijker de verf te verwijderen zou zijn. En de duur van je azuurblauwe hoofd zou dan iets zeggen over hoe diep je spijt wel niet was.

Rebekka de Wit is schrijver en theatermaker.

Verschenen op zaterdag 4 juli 2020

Link naar de column