WAT ER ONTBREEKT OF HOE IK FOUCAULT LEERDE KENNEN VIA EEN DATING-APP

Drie jaar geleden speelden Suzanne Grotenhuis en Willem de Wolf samen met Vincent Doddema in het stuk ForsterHuberHeyne. Daar kreeg Vincent zo de smaak te pakken van zelf theatermaken dat hij onder begeleiding van Willem de Wolf begon te schrijven aan een eigen monoloog.

De twee dagen na de eerste Maandagavond, dinsdag 5 en woensdag 6 oktober, zal die monoloog te zien zijn in De Nwe Tijd. In het Nederlands.

“Het stuk is autobiografisch, geestig, onderhoudend. (…) Doddema verveelt nooit met zijn zelfironie, zijn ongeremde, soms kinderlijke speeldrang, zijn constante twijfel aan zichzelf en zijn onthullende blik op afkomst en de klassenkenmerken die niet te overwinnen zijn.” (Frankfurter Neue Presse)

Hij heeft geen baan, geen vriendin en geen idee. Een nieuwe start lijkt ook niet bepaald in zicht. En toch heeft het iets aanmatigends om bepaalde periodes in het leven een crisis te noemen, denkt Vincent Doddema. Altijd fluistert er een stemmetje: “Nee, dat is toch niet waar, of niet echt, of eigenlijk maar half waar.” Wat is het toch dat hem ervan weerhoudt om nu eens duidelijk te benoemen wat zijn probleem is?

Op zoek naar de oorsprong van zijn eigen sprakeloosheid heeft Vincent Doddema in eerste instantie alleen enkele oude liedjes en een flinke portie zelfspot ter beschikking. Maar in de loop van de tijd komt hij, naast figuren als Karl Marx, Michel Foucault of Pierre Bourdieu, ook personages uit zijn eigen verleden tegen: zijn oudoom, die zijn vader Het Kapitaal schonk, de Nederlands-calvinistische grootmoeder of zijn Duitse grootvader, wiens rechteroog aan het oostfront achterbleef.

 

DUITS

Das Stück ist autobiografisch, lustig, unterhaltsam. (…) Mit seiner Selbstironie, seinem ungebremsten, bisweilen kindischen Spielbetrieb, seinen fortwährenden Selbstzweifeln und seinem enthüllenden Blick auf Klassenmerkmale, die nicht zu überwinden sind, langweilt Doddema nie.“ (FNP)

Mit dem Job ist es aus, mit der Freundin auch, ein Neustart scheint weit und breit nicht in Sicht. Bestimmte Abschnitte im Leben als Krise zu bezeichnen, hat auch immer etwas Anmaßendes, denkt er. Irgendetwas wispert immer: „Nee, das stimmt ja nicht oder nicht so richtig oder nur so halb.“
Was hindert mich daran, dieses seltsame Ding, was da gerade stattfindet, klipp und klar zu benennen?
Auf der Suche nach den Ursprüngen seiner eigenen Sprachlosigkeit hat Ensemblemitglied Vincent Doddema zunächst lediglich einige alte Lieder sowie eine gute Portion Selbstspott im Gepäck. Aber im Laufe der Zeit stößt er nicht nur auf Gestalten wie Karl Marx, Michel Foucault oder Pierre Bourdieu, sondern auch auf Figuren seiner Vergangenheit: seinen Großonkel, der seinem Vater Das Kapital schenkte, die niederländisch-calvinistische Großmutter oder seinen deutschen Großvater, dessen rechtes Auge an der Ostfront verblieben war.

 

Deze diashow vereist JavaScript.

Copyright Andreas Etter