Nieuws

  • In de derde aflevering van 'De Tussentijd' bespreken Freek, Rebekka en Suzanne een portret van yoga-YouTuber Adriene Mishler, bekend van de "yoga with Adriene"- filmpjes. Het interview stond 25 november in de New York Times met als titel: The Reigning Queen of Pandemic Yoga. Beluister de podcast hier. Foto door Alexander …

    23 november 2020
  • We hebben een nieuwe Podcastreeks! Dat wil zeggen: we hebben de eerste aflevering opgenomen van iets wat wellicht gaat uitgroeien tot een reeks. Het concept is simpel. Rebekka, Suzanne en Freek lezen gezamenlijk een artikel wat hen geraakt of geboeid heeft de afgelopen week en daar spreken ze over. Dat …

    15 november 2020
  • Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In hun maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt.

    Her en der hoor je het al weer fluisteren. Dat we weer terug in lockdown zullen gaan. En als het niet nu is, dan wel zeker binnenkort, of anders later of misschien ook al wel straks. En ondanks dat het theaterseizoen zich nu eindelijk weer hortend en stotend lijkt te hebben opgestart, de eerste must-sees zich al weer hebben aangediend, de makers, de huizen en de toeschouwers zich de nieuwe geschreven en ongeschreven regels hebben eigen gemaakt, zullen we vrijwel zeker het hele komende seizoen blijven balanceren tussen de vrees voor wat komen gaat en het vieren van wat er mogelijk is. Het is daarom dan ook niet zo verassend, en misschien ergens ook wel geruststellend, dat ik mijn meest theatrale ervaring van de afgelopen twee maanden op Netflix heb beleefd.

    Het was namelijk op Netflix dat de nieuwe film van Charlie Kaufman uitkwam: I’m thinking of ending things. Als ik eerlijk ben weet ik eigenlijk niet zo goed wat ik bedoel als ik zeg dat die film voor mij een theatrale ervaring was. Het is in eerste instantie een film, die naar films verwijst, deels zelfs gaat over film en zeker over leven in een wereld waarin films bestaan, maar toch zat er iets in wat me onmiskenbaar aan theater deed denken. Natuurlijk speelt daarin mee dat er in het hele verhaal eigenlijk maar drie locaties zijn, drie binnen-locaties dan ook nog (zo wordt er maar liefst 45 minuten in een auto gezeten), en dat er veel dialoog is en weinig actie. Maar misschien wel belangrijker is dat de constructie, het geconstrueerde van het werk gedurende de film zo zichtbaar blijft. Het spel is niet enkel naturel, maar bedacht, vormgegeven, bij vlagen zelfs grotesk. De make up en kostuums zijn niet onzichtbaar, maar tonen zich als make up en kostuums en ook de tekst is zeker niet alleen “zoals normale mensen praten”, maar vaak eerder schaamteloos “zoals goede schrijvers schrijven”.

    *

    Het verhaal is in eerste instantie vrij helder: een koppel dat elkaar vijf, zes, zeven weken kent (“ik zou toch moeten weten hoe lang dit al duurt” zegt de stem van het meisje) rijdt naar het platteland om daar de ouders van de jongen voor de eerste keer te ontmoeten. Het probleem? De eerste zin van de film, gesproken door het meisje als voice-over: “I’m thinking of ending things”. En hoewel ze zich tegen die gedachte verzet, blijft hij hangen, domineert hij haar. Het gevoel dat ze eigenlijk niet met Jake, haar vriendje, in die auto wil zitten is het begin van alle spanning, van alle problemen. Er is een sneeuwstorm voorspeld, en het meisje, dat in de credits ‘ young woman’ heet en in de film aangesproken wordt als Lucy, Louisa, Lucia en Ames, is direct zeer verontrust – ze wil voor geen goud vast komen te zitten. En als kijker deel je haar zorgen. Door alle andere films die je hebt gezien ben je vertrouwd met de filmwetten. Ze zullen zeker vast komen te zitten, denk je, en misschien nog veel erger.

    Er is iets vreemds aan de hand – “something is off” zegt het meisje. En dat was ook mijn gevoel als kijker. Als Jake en Lucy in zijn ouderlijk huis zijn en Jake’s ouders op zich laten wachten, dwaalt Lucy door het huis. Ze staat stil bij de kelderdeur, die bekrast is en dicht getapet, zoals een kind dat zou doen, met gewone huis-tuin-en-keukenplakband. Als ze er naar vraagt, houdt Jake haar ongemakkelijk staande. Dit is gewoon een kelder. Niet meer dan een gat in de grond.

    “Niet meer dan een gat in de grond?” vraagt Lucy.

    “Ja, gewoon een kelder. Er staan wat spullen in. Het is niet afgewerkt. Zonde van de ruimte eigenlijk. Ik haat de kelder eigenlijk, als je het echt wilt weten.”

    “Je lijkt nogal sterke gevoelens te hebben over die kelder.”

    “Als kind zijn kelders gewoon eng.”

    “Wij hadden er geen toen ik opgroeide, maar als je al die enge films ziet, dan snap ik het wel”  zegt het meisje en ze doet een film na: “don’t go down into the basement”.

    Ze lachen, maar de ontspanning die zo’n grapje met zich mee zou moeten brengen komt niet.

    “Het leven is geen film” heeft Jake een paar minuten daarvoor nog tegen haar gezegd. En goed, misschien is het leven geen film, maar dat biedt weinig geruststelling voor de kijker, want deze film is zeker wel een film. Alleen wat voor soort film? De film speelt zo met de grenzen en verwachtingen van de filmgenres dat je als kijker voortdurend op je hoede bent. Het is misschien wel de motor van de suspense die in de film zit – het zich niet laten reduceren tot een soort film. Kijk ik naar een horror? Een liefdesdrama? Een post-modern meta-stuk? Een beetje van alles, of preciezer gezegd: dat juist allemaal niet.

    Ik beken dat ik op een gegeven moment de film heb stopgezet, gewoon omdat ik even uit de beklemmende realiteit van de film wou ontsnappen, even weer wou voelen dat ik een lichaam ben in deze wereld, en niet in het universum van Kaufman.

    Het is dus ook niet zo verwonderlijk dat nu ik de film een tweede keer bekijk, gedetailleerder, minder in beslag genomen door de lichamelijke ervaring van het kijken, ik veel meer zie. Zaken die me de eerste keer ontgaan zijn. Er worden luikjes vol betekenis opengezet bij het herbekijken. In de film én in mijn hoofd.

    *

    Het lijkt de wet Kaufman te zijn: elk stuk dat geschreven wordt over het werk van  Charlie Kaufman wordt uiteindelijk ook een stuk over het schrijven van een stuk over het werk van Charlie Kaufman. Misschien is de meest voor de hand liggende reden daarvoor dat het werk van de Amerikaanse cineast zo’n grote dichtheid heeft aan details, aan verwijzingen en interpretatiemogelijkheden dat je als stukjesschrijver onherroepelijk wordt geconfronteerd met de beperkingen van je bespreking. Geen interpretatie, geen analyse komt in de buurt van de rijkheid van zijn films.

    Neem alleen al de opening van de film. Er zijn stemmige close-up beelden van een interieur van een oud leeg huis. Daaroverheen hoor je een voice-over. Een meisjesstem. Over hoe gedachten je je in hun greep kunnen krijgen, hoe echt ze zijn, dat ze gedachten het enige zijn wat je niet kunt faken. Dan zien we een meisje aan de kant van de weg – het meisje wier gedachten we horen, nemen we aan. Maar het zijn niet de gedachten van het moment dat we zien. Terwijl we het meisje zien wachten aan de kant weg, vertelt de stem over de autorit die ze aan het maken is. Ik zie schuren, zegt ze. Ik heb nog nooit zoveel schuren gezien. Er is iets met de korrel van de film gedaan waardoor het beeld iets wegheeft van een postkaart. ‘Meisje dat wacht op haar vriendje’ zou de postkaart heten. Het begint te sneeuwen en het meisje opent haar mond om de sneeuw te proeven. Ze lijkt gelukkig voor een moment en nog meer postkaart dan daarvoor. Dan kijkt ze schuin naar boven. Het beeld switch naar de buitenkant van een raam, gefilmd van schuin onder. Daarna zien we een oude man staan die uit een raam naar beneden staart. Hij heeft een pyjama aan en we zien hem van op de rug. We horen gefluister, gemurmel van een oude mannen stem: “de verwachtingen kloppen, mijn angsten groeien”.

    Daarna zien we het meisje terug. Ze kijkt onbehaaglijk, een beetje angstig, op haar hoede, met haar ogen nog steeds naar schuin boven. Dan wendt ze haar blik af naar de straat.  We hebben een bijzondere connectie, zegt de voice-over van het meisje. Iets dieps een bijzonders. Ik heb nog nooit zoiets ervaren, zegt ze. En terwijl de voice-over dit zegt, klaart haar gezicht op en begint ze te zwaaien. Eerst met één dan met twee handen. Uitbundig zoals dat heet.

    Het oude mannengefluister is terug: het is tijd voor het antwoord, zegt het gefluister, er is maar één vraag.  Eén vraag te beantwoorden.  Je ziet opnieuw hetzelfde shot van dezelfde man, in dezelfde kamer, in dezelfde pyjama. Maar nu ik de luxe heb om de film terug te spoelen, blijkt het helemaal niet langer de oude man te zijn die uit het raam kijkt.  Het is een jonge man, die in hetzelfde beeld staat. Een jongere versie wellicht van de oude man?

    De auto stopt, een wat boerse jongeman zit achter het stuur. De vrouw stapt in. De muziek is iets harder en de stemmen wat zachter – het gaat duidelijk niet om hun dialoog, maar om het moment. Het is zo’n soort moment. Het moment van instappen, van het begin van de reis. Hoe vrolijk ze zijn en hoe blij hun lichamen op elkaars weerzien reageren. Het sneeuwt, hoor je haar zeggen. En Jake reageert citerend ‘winter is coming’.

    *

    Dat de kleuren van de kleren van het meisje gedurende de film veranderen, dat niet Jake maar een oude hand de radio aanzet in de auto, dat het meisje wordt aangesproken met Lucy en daarna telefoon krijgt en we op haar scherm Lucy zien staan als beller – het zijn allemaal details die je wel of niet mee krijgt, maar die samen zorgen voor dat hoofdgevoel: er is iets vreemds aan de hand.

    De twee spreken over gedichten, over films, over musicals, over schilderijen en al die werken waar ze over spreken komen vroeg of laat op de een of andere manier terug in de film. Dat we misschien wel vooral in ons eigen hoofd leven, toont Kaufman in al zijn films, maar hier lijkt hij te willen benadrukken dat dat hoofd niet zomaar jouw hoofd is, maar dat het constant wordt gevuld met alles wat je tot je neemt. De verhalen die je kijkt, de reclames die je ziet, de boeken die je leest. Of juister geformuleerd: het hoofd wordt gevuld met jouw interpretatie van die verhalen, reclames en boeken. Je bent alleen met je eigen interpretaties van de werkelijkheid die tot je komt. En je kunt wel met anderen proberen te spreken over die interpretaties, maar in de ander zijn hoofd kom je niet. Sterker nog – je kunt je afvragen of er wel iets bestaat buiten die zelf geconstrueerde werkelijkheid in je eigen hoofd. En al heeft dat solipsisme misschien iets puberaal, eenzaam is sowieso.

    Tussen het verhaal van Jake en het meisje door wordt langzaam een ander verhaal gesponnen. We zien een oude man, een conciërge, door een schoolgebouw schuifelen. En als Jake en Lucy het over een musical hebben, ontglipt het Jake dat ze Oklahoma elk jaar opvoeren. Lucy vraagt verward: “wie voert dat elk jaar op?” Er wordt geen antwoord gegeven, maar we zien de oude conciërge bij een schoolmusical zitten. Als hij door de gangen loopt, wordt hij achter zijn rug uitgelachen en nagewezen door schoolmeisjes. Lang is onduidelijk hoe de beelden van de conciërge zich verhouden tot het verhaal van Jake en het meisje, maar dat ook dit personage getekend is door eenzaamheid staat vast.

    *

    Het is een thema dat in alle films van Kaufman terugkomt: de onmogelijkheid om contact te maken met een ander. Het opgesloten zitten in je eigen universum. Toch blijf ik na deze film met een ander gevoel achter dan na zijn eerdere werk. De eenzaamheid van deze film is duisterder, onontkoombaarder. En ik denk dat dat voor een groot gedeelte met de liefde te maken heeft – of het ontbreken daarvan. In al zijn andere films zie je de hoofdpersoon op zijn minst wanhopig proberen uit zijn eigen hoofd te komen en bij iemand anders te geraken.

    In Being John Malkovich vindt de hoofdpersoon een portaal dat leidt naar het hoofd van John Malkovich – en dat portaal gebruikt hij niet om het leven van John Malkovich te leiden, maar om samen te zijn met de vrouw op wie hij verliefd is.

    In Anamolisa, een stopmotion film, hebben alle personages dezelfde monotone mannenstem, totdat de wanhopige en depressieve protagonist een vrouw tegenkomt met een andere stem, een eigen stem en meteen valt hij als een blok voor haar. Even lijkt er zelfs geluk mogelijk, totdat ook zij haar stem langzaam verliest en dezelfde mannenstem krijgt als alle andere. Het is een tragiek die je als publiek mee kan voelen.

    I’m just a little person
    One person in a sea
    Of many little people
    Who are not aware of me

    And somewhere, maybe someday

    Maybe somewhere far away
    I’ll find a second little person
    Who will look at me and say—
    I know you
    You’re the one I’ve waited for
    Let’s have some fun

    Dit lied uit Synecdoche, New York is geschreven door Charlie Kaufman en het leest als zijn credo van zijn oeuvre. Behalve voor I’m thinking of ending things. Niet de poging om bij de ander te komen staat hier centraal, maar de dwingende gedachte om het zijde draadje waaraan een mogelijke connectie nog zou kunnen hangen af te breken. De titel spreekt voor zichzelf.

    En ook buiten de prille romance van Jake en de jonge vrouw is er geen sprake van verbinding. Niet tussen Jake en zijn ouders, niet tussen de ouders onderling, niet tussen de conciërge en de kinderen op school. En problematischer, voor mij als kijker althans, er is daarmee ook weinig tot geen connectie tussen de kijker en de personages. Jake probeert niet uit zijn hoofd te ontsnappen, en ik probeer niet in zijn hoofd te geraken. Jake heeft de connectie al opgegeven.

    *

    Het eind van de film doet wat denken Adaptation. De film die Charlie Kaufman schreef na het succes van Being John Malkovich. Het verhaal van Adaptation gaat over de scriptschrijver van Being John Malkovich die een boek over bloemen probeert te verfilmen. Op de set van Being John Malkovich staat de schrijver wat schuchter in een hoekje terwijl zijn tweelingbroer zorgeloos contact maakt met alle acteurs van de film. De protagonist is getroebleerd: het lukt niet met schrijven, het lukt niet met het leven. Hij wil iets met die film over bloemen, iets wat hem in het echte leven ook niet lukt  –  contact maken. Zijn populaire tweelingbroer besluit dan ook scenarioschrijver te worden en leert van een scriptgoeroe hoe je dat doet. Een goede film maken.

    Als de hoofdpersoon ten einde raad dan ook maar een masterclass volgt bij de Hollywood man vraagt hij in de volle zaal wat hij dan moet doen als hij een ander soort film wil maken. Een film waarin er niets opgelost wordt, geen openbaringen zijn, mensen niet veranderen, mensen gefrustreerd zijn – meer zoals het echte leven. Het komt hem op een preek van de scriptgoeroe te staan: wat weet hij nou van het echte leven? Uiteindelijk drijft zijn wanhoop hem naar zijn broer toe en hij stemt toe in de wens van zijn broer om samen te werken aan het script. En vanaf het moment dat de broers dat besluiten, wordt de film over het maken van een verfilming van een roman over orchideeën plots een echte Hollywoodfilm, inclusief achtervolgingen en schietpartijen – en een echte heartfelt connectie tussen de twee broers.

    En hoe duidelijk de hand van de maker ook is – voor de toeschouwer – voor mij althans werkt die verbroedering toch helend. De scène dat de broers samenkomen is mij altijd bij gebleven, inclusief de levenslessen die er in worden gedebiteerd. Zoals je ook bij een goochelshow weet dat je voor het lapje wordt gehouden en toch in al je vezels verbazing voelt.

    Ook deze film eindigt met een grande finale waarin van genre wordt gewisseld. Naar het eind toe, als het plot duidelijker wordt, zien we een lange reclame, een musicallied, een ballet, een stuk amateurtoneel en ook hier duikt een echte Hollywood film op. Als Jake in een hallucinante staat van zijn een speech moet geven omdat hij geëerd wordt met alles wat hij bereikt heeft in zijn leven, bestaan grote delen van die speech letterlijk uit de speech die Russel Crowe gaf in de film A beautiful mind.

    Opvallend daarbij is dat Russel Crowe ‘echt’ oud was gemaakt voor die speech, terwijl je bij Jake en het naamloze meisje de lijnen die met oogpotlood op het gezicht zijn getekend en dienst doen als rimpels duidelijk ziet. En dat verraadt al een beetje hoe somber de film eindigt. De illusie van film wordt gelijk gesteld aan de illusie van contact. In ieder geval voor Jake blijkt contact een heel leven lang een illusie te zijn geweest. Zelfs met mij als kijker heeft hij geen band opgebouwd. (Iets waar de scriptgoeroe in Adaptation overigens al voor had gewaarschuwd).

    De enige met wie ik als kijker iets van een band heb, is met het meisje. Door haar ogen krijgen we het verhaal te zien, we horen haar gedachten en volgen haar angsten en twijfels. Het is misschien daardoor, dat je je als kijker wat bekocht voelt, als blijkt op het einde dat het hele meisje wellicht niet bestaan heeft, of enkel als een vluchtige passant in Jake’s wereld misschien wel dertig jaar geleden. Bestaat zij ook al niet? Bestond dan alles enkel in Jake’s hoofd?

    Het zijn in deze tijden, waarin we zoveel binnen zitten in onze eigen ruimte en we de wereld steeds meer via schermpjes tot ons krijgen niet de meest opbeurende vragen om mee achter te blijven. Maar het levert wel een spannende film op die, hoewel hij minder ontroert dan Kaufmans andere films, zeker een tweede keer kijken waard is.

    Link naar het artikel in Etcetera.

    14 oktober 2020
  • De wekelijkse column van Rebekka de Wit in dS Weekblad Winkels die, soms vlak bij de kassa, soms bij de kaarsenhouders, een rek hebben waarin houten plankjes liggen waarop uitspraken staan als Don’t dream your life, live your dreams. Ze kosten 12 euro per stuk en zijn in drie verschillende lettertypes beschikbaar. Vervolgens …

    13 juli 2020
  • Schrijven over schrijven in confrontatie met de dood Declaus theatertekstkritiek : 'Zo gaat het' van Freek Vielen Hij had dit jaar eigenlijk moeten spelen op Oerol, waar hij verleden jaar ook de première had beleefd. Maar door dingen buiten zijn wil, gaat dat niet. ‘Zo gaat het’ nu eenmaal in deze tijd. …

    7 juli 2020
  • Maandelijkse column van Freek Vielen in e-tcetera

    Kan kunstkritiek meer zijn dan de mening van een professioneel recensent? In een nieuwe maandelijkse column laten theatermaker Freek Vielen (De Nwe Tijd) en curator/schrijver Lara Staal afwisselend hun licht schijnen op een topic dat hen bezighoudt. Toen ik zeventien jaar geleden vanuit Groningen naar Antwerpen verhuisde, had ik niet voorzien dat dat mijn …

    7 juli 2020
  • De Nwe Tijd neemt op 3 juli 2020 met het Requiem deel aan het 24-hour Global Art Carrousel van het NITE Ensemble. Ruim 200 kunstenaars van over de hele wereld werken een etmaal lang samen om geld in te zamelen voor Artsen Zonder Grenzen. Op het programma staan onder andere ook: …

    3 juli 2020
  • Het nieuwe theaterseizoen 2020-2021 komt eraan. Ook voor De Nwe Tijd. We laten de komende week onze voorstellingen op jullie los. We beginnen morgen 10 juni 2020. Houd onze website en Facebook in het oog.

    9 juni 2020
  • Wekelijkse column in ds Weekblad

    Het spijt me was vroeger een van mijn lievelingsprogramma’s op de Neder- landse televisie. De redactie bracht op verzoek een bloemetje langs bij mensen tegen wie sorry gezegd moest worden. De presentatrice zei altijd dezelfde zin: ‘Namens Het spijt me willen we je graag een bloemetje aanbieden.’ Er waren mensen die …

    9 juni 2020
  • Freek Vielen leest Sam Sheppard voor ds Letteren. Man, je bent toch geen 14 meer Van de betreurde Amerikaanse toneel- en romanschrijver Sam Shepard verscheen zopas het bejubelde The one inside in Nederlandse vertaling. Freek Vielen las het werk van dit icoon in zijn vakgebied en hoorde een stem ‘naar wie ik eigenlijk niet …

    1 juni 2020
  • Wekelijkse column van Rebekka de Wit in ds Weekblad. Of het goed komt (Zaterdag 30 mei 2020 om 0.00 uur) ‘Bijna nooit’, zei hij. Aan de oudste vriend (in leeftijd en duur) van mijn vader vroeg ik wanneer het gepast is om te zeggen dat het goed komt. Hij is theoloog, lijkt sprekend op …

    1 juni 2020
  • Een interview met Rebekka de Wit in ds Weekblad. ‘Mijn werk is een poging om te zeggen: waar is iedereen?’ ‘Politiek eenzaam.’ Zo voelt Rebekka de Wit zich als ze hoort over de Brexit, Trump en de arrogantie waarmee grote bedrijven opereren. ‘Ik heb veel last van de toestand van de wereld.’ (Door …

    1 juni 2020
1 2 3 6